Nederlands

De Emiraten hebben een minister voor AI


UAE minister for AI Omar bin Sultan al OlamaDe Verenigde Arabische Emiraten hebben in hun nieuwe kabinet een “AI minister” opgenomen. De 27 jarige Omar Bin Sultan Al Olama zal dit ministerie gaan leiden om de VAE de juiste vaardigheden, kennis en technologie voor de toekomst te geven. Hoewel verschillende landen AI initiatieven onplooien is dit het eerste land dat een dergelijke positie in haar kabinet opneemt.

AI is een internationale topprioriteit

AI wordt door steeds meer landen als topprioriteit gezien. Niet zo lang geleden schreven we bijvoorbeeld over nieuwe onderzoeksprojecten in de Verenigde Staten. Ook China en Rusland hebben AI beiden tot een topprioriteit verheven. Vladimir Putin heeft hierover zelfs gezegd dat de natie die zal leiden in AI uiteindelijk de wereldheerschappij zal hebben. Nu voegt de VAE zich bij dit straatje. Sheikh Mohammed bin Rashid al Maktoum, de premier en emir van Dubai, heeft het kabinet opdracht gegeven om van de VAE het best voorbereide land ter wereld te maken wat AI en andere emergente technologieën betreft.

Andere AI initiavieven in de VAE

Echt een verrassing is het niet dat de VAE voorlopers zijn qua technologie. Het land heeft bijvoorbeeld aangekondigt dat een kwart van de politiemacht in 2030 uit robots zal bestaan. Op dit moment draait er een proef met deze AI agenten. Deze worden gebruikt om drukke gebieden te patrouilleren, aangiften op te nemen, en boetes te betalen. Ook over zelfrijdende auto’s zijn ze heel enthousiast; van de wagenvloot zal ook een kwart in 2030 uit AI bestaan. Hiervoor heeft het Emiraat een deal gesloten met Tesla. Elon Musk zijn bedrijf heeft onlangs een lading Tesla’s geleverd die, hoewel nu nog semi-autonoom, uiteindelijk de zelfrijdende floot moeten vormen.

Bron: Gulfnews

Chatbots & Consumer Behavior, een interview met Hanneke van Ewijk


De Turing test bepaalt dat een chatbot pas echt intelligent is als die ons kan overtuigen dat we met een mens babbelen. Maar, willen we dat ook echt? Hanneke van Ewijk, marketeer, heeft niet zo lang geleden bij Aigency onderzoek gedaan naar de invloed van anthropomorphisme op de manier waarop wij chatbots beleven. Kort gezegd heeft ze hiermee uitgevogeld in hoeverre we een merk of chatbot beter waarderen wanneer we hier een naam en een persoonlijkheid aan koppelen. Een uitstekende gelegenheid om bij haar aan te schuiven voor een gesprek over dit onderzoek.

Hoe ben je bij dit onderwerp gekomen?

Ik was bezig met het afronden van mijn master marketing en me aan het orienteren op scriptieonderwerpen. Hierover raakte ik in gesprek met Jim (de CEO van Aigency), samen kwamen we toen op chatbots uit. Samen zijn we gaan kijken wat het precies is, onder andere online. Ik kwam er al snel achter dat het nu een hot topic is. Daardoor leek het me heel gaaf om mijn scriptie hierover te doen.

Toen ben ik gaan kijken wat ik daar qua marketing mee kan. Vooral binnen de richting “consumer behavior” die ik had gekozen wilde ik graag iets vinden. Ik heb gekeken welke variabelen er zijn die invloed kunnen hebben op chatbots en de manier waarop de consument tegen deze bots aankijkt. Toen ben ik bij een aantal variabelen gekomen. Dit zijn anthropomorfisme en brand stereotype. Als afhankelijke variabelen heb ik hiet brand evaluation en interaction evaluation aan toegevoegd. Concreet heb ik getest of een anthropomorfische chatbot een verbetering geeft in de brand evaluation en/of interaction evaluation. Ik wilde graag weten of een chatbot die er menselijk uitziet een betere interactie met de consument geeft. Hiernaast heb ik ook gekeken of het merk verschil maakt. Hier probeerde ik te ontdekken of er een verschil is in de beleving van een chatbot tussen zogenoemde “warme” en “competente” merken.
Read More

Facebook’s AI kan ons (nog) niet redden van een buitenlandse invasie


Facebook heeft vorige week een algoritme ingezonden naar een wedstrijd “Starcraft voor AI’s”. Dit was de eerste keer dat dit bedrijf meedeed aan deze jaarlijkse wedstrijd die tijdens de AIIDE conferentie plaatsvind.
AIIDE organiseert jaarlijks een Starcraft toernooi voor AI
Steeds meer grote spelers op AI vlak gebruiken spellen om de kwaliteit van hun algoritmes te laten zien. Doordat algoritmes het tegen elkaar opnemen kunnen die vervolgens ook weer van elkaar leren. Hierdoor leren deze algoritmes ook dingen waar de training set niet expliciet voor ontworpen is. Starcraft is wat dat betreft favoriet op dit moment. Het is namelijk complexer dan spellen als boter kaas en eieren, schaken of go die eerder gebruikt zijn om algoritmes te showcasen.

Dit jaar heeft Facebook het onderspit moeten delven. CherryPi, de inzending van Facebook, is 6e geworden van de 28 inzendingen en heeft het tegen menig hobbyist moeten afleggen. Sterker nog, de volledige top 3 bestond uit bots die door hobbyisten zijn geprogrammeerd.

Dat de tech gigant dit jaar heeft verloren wil niet zeggen dat dit de komende jaren ook zo zal zijn. Het lijkt erop dat de hobbyisten het knap lastig gaan krijgen nu Facebook na Google de arena heeft betreden. Het valt de deelnemers op dat Facebook’s bot net wat andere strategieën gebruikt als de rest. Dan Gant, wiens bot tweede werd, zegt hierover tegen Wired: “De meeste bots vallen frontaal aan of trekken zich terug, op basis van het relatieve aantal eenheden dat beide tegenstanders hebben. CherryPi leek door te hebben wanneer zij om de vijand heen kon sluipen om zijn basis aan te vallen.

Menselijke spelers hoeven op dit moment nog niet te vrezen voor hun positie. De meeste ervaren spelers winnen het nog van alle algoritmes. Experts zeggen hierover dat het nog wel een paar jaar duurt voordat Starcraft algoritmes de beste spelers zullen kunnen verslaan. Tot die tijd zullen we het dus met menselijke bevelhebbers moeten doen bij een buitenaardse invasie.

Bron: Wired

AI leert spelenderwijs


Kinderen leren vaak veel meer tijdens het spelen dan wanneer ze aan tafeltjes naar de meester zitten te luisteren. OpenAI heeft dit principe nu naar AI gebracht en leert haar AI spelenderwijs nieuwe vaardigheden aan.

 

OpenAI laat verschillende AI’s wedstrijden met simpele doelen tegen elkaar spelen. Bijvoorbeeld sumoworstelen. Twee AI’s leggen het hierbij tegen elkaar af in de virtuele “RoboSumo” wereld en moeten het spel met trial and error leren. Ze zijn dus niet van tevoren geprogrammeerd om te worstelen en moeten in eerste instantie zelfs leren lopen. Door (miljarden keren!) te blijven proberen leren ze langzaamaan hoe het spel werkt en hoe ze kunnen winnen.

Door de AI’s heel vaak tegen elkaar te laten spelen wil OpenAI een soort wapenwedloop starten waarbij AI’s snel leren door de snel veranderende, steeds complexere tegenstanders waar ze tegenop moeten boksen. Het competitieelement brengt net wat meer onvoorspelbaarheid in het spel. Algoritmen leren hierdoor onder andere tackelen, wegduiken, schijnbewegingen.

Deze methode, waarbij AI’s elkaar aanscherpen door middel van competitie werkt vaak beter dan de AI steeds complexere problemen te geven om op te lossen. Wanneer je complexere problemen laat ontwerpen door mensen, ben je uiteindelijk beperkt door de maximale complexiteit die de ontwerpers aankunnen. Deze methode is pas nog gebruikt bij het Dota 2 project, waar een AI menselijke spelers van deze e-sport versloeg.

OpenAI's AI learns to tackle as emergent behavior

OpenAI heeft ontdekt dat het wel helpt om elke AI tegen meerdere tegenstanders te laten spelen. De AI’s die vaak tegen dezelfde tegenstanders speelden ontwikkelden vaak strategieën die heel specifiek op die tegenstander waren gebaseerd. Hierdoor was de AI veel te gespecialiseerd en delfde die vaak het onderspit als er ineens een andere tegenstander verscheen.

De AI’s die binnen het “speelproject” zijn gebruikt zijn ook in staat om hun vaardigheden bij andere spellen in te zetten dan waar ze die geleerd hebben. Voor je het weet zijn ze ook succesvol bij spellen die ze nog nooit gespeeld hebben. Toch duurt het waarschijnlijk nog wel even voordat dit ook robots in de fysieke wereld gaat helpen. Er is namelijk een zogenaamde “reality gap”, resultaten in simulaties vertalen zich niet altijd even goed naar de werkelijkheid. OpenAI heeft wel een team dat aan dit probleem werkt.

Bron: OpenAI

DARPA wil nieuwe chipsets voor AI


DARPA (Defense Advanced Research Projects Agency) heeft twee projecten aangekondigd voor de ontwikkeling van nieuwe computerchips die betere AI technologie mogelijk maken. De ontwikkeling van betere processoren dreigt namelijk vast te lopen, iets waar vooral de pioniers op AI gebied van beginnen te zweten.

Moore’s law

De afgelopen 50 jaar hebben kloksnelheden van processoren een enorme vlucht gemaakt. We staan er niet dagelijks bij stil, maar de gemiddelde smartphone is krachtiger dan supercomputers een paar decennia geleden. Gordon Moore, een van de oprichters van processorfabrikant Intel, zag al snel een regelmatig patroon in het tempo van de ontwikkelingen. Hij zag dat de complexiteit van computerchips, en daarmee de snelheid, ruwweg elke twee jaar verdubbeld. Dit gegeven kennen we tegenwoordig als Moore’s law.

Moore’s wet heeft het verbazingwekkend lang volgehouden. 50 jaar lang is er eigenlijk geen onderbreking geweest en pasten er meer en meer transistoren op een chip. De laatste jaren lijkt er echter een kentering te zijn. Net nu de vraag naar supersnelle chipsets explodeert door toepassingen als AI claimen experts dat het tempo stagneert. Brian Krzanich, de huidige Intel CEO, zegt hierover: “De laatste twee technologie transities tonen dat de cadans nu eerder twee en een half jaar is dan twee.” Dit komt mede doordat het niet goed meer mogelijk is om chips nog verder te verkleinen. Beneden de 4 nm doet het zogenaamde quantum tunneling effect zich voor. Dit wil zeggen dat electronen, op nano schaal, niet altijd op hun plek kunnen worden gehouden.

Het ERI programma

Om de ontwikkeling van AI, en een Amerikaanse AI voorsprong te behouden, zal deze horde toch genomen moeten worden. Om de ontwikkeling van processoren de benodigde boost te geven, heeft DARPA het ERI programma in leven geroepen.

Het ERI programma is verdeeld in drie onderdelen, zogenaamde thrusts. Elk van deze thrusts zal er op gericht zijn om specifieke vraagstukken aan te pakken. hierbij valt te denken aan het gebruik van onconventionele materialen op chipsets, nieuwe ontwerp technieken of zelfs een geheel nieuwe architectuur. Het zou dus zomaar kunnen dat de processors van de toekomst van de huidige Neumann architectuur zullen zijn afgestapt.

The ERI will kickstart new chips for better AI

De nieuwe space race

Het lijkt er op dat het vergroten van de AI voorsprong, met het ERI programma, weer hoger op het prioriteitenlijstje is gekomen. Zeker nu China grote investeringen doet en met rappe schreden nadert. De strijd om de beste AI algorithmen wordt dan ook weleens gekscherend “de nieuwe space race” genoemd. Het al me dan ook niet verbazen als Europa zich binnenkort ook op het toneel meldt. Belangrijker dan de strijd tussen landen is misschien wel wat voor moois bedrijven en NGO’s met vergaande AI mogelijkheden kunnen doen. Wat dat betreft houd de analogie met de space race aan. Ook toen werden er veel technologieën ontwikkeld die uiteindelijk bij de consument terecht zijn gekomen.Die muis die je vast hebt, die laptop waar je op werkt, zijn slechts twee voorbeelden van technologieën die bij NASA vandaan komen. Wij kijken in ieder geval uit naar alle nieuwe mogelijkheden die verbeterde chipsets zullen bieden.

Bron: DARPA